Belgique: français
België: nederlands

De Europese wetgever wilde enerzijds de consument beschermen tegen agressieve verkoopspraktijken en anderzijds de interne markt stimuleren en saneren door timesharekopers te beschermen tegen de praktijken van sommige verkopers. Dit is meteen de reden waarom de Europese Commissie in 1994 een richtlijn uitvaardigde

Vier principes
De Europese richtlijn 94/47/CE steunt op 4 grote principes:
- kopers krijgen een bedenktermijn van minstens tien dagen na het ondertekenen van het contract. Binnen deze termijn kunnen zij het contract alsnog opzeggen,
- het is verboden voorschotten te innen tijdens de bedenktermijn;
- kopers moeten alle nuttige informatie over hun bezit en hun rechten krijgen.
- contracten moeten worden opgesteld in de taal van het land waarin de koper verblijft.

Omzetting in nationale wetgeving
Gezien het minimalistische karakter van de richtlijn, zorgden sommige landen voor een betere bescherming van de consument. Grof geschetst kunnen we twee groepen onderscheiden:
- de meeste lidstaten van Noord- en Centraal-Europa (de Scandinavische landen, Duitsland, de Benelux, het Verenigd Koninkrijk) waarvan de onderdanen voornamelijk kopers zijn, besteden relatief meer aandacht aan een goede bescherming van de consument en minder aan een goede werking van de markt. Zo werd in België de bedenktermijn verlengd tot 15 werkdagen, worden timeshareverkopers verplicht zich in te schrijven bij de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, en werd eind 2002 het toepassingsgebied van de wet uitgebreid tot kortlopende timesharecontracten van het type vakantiepaketten (namelijk met een duur van minder dan 36 maanden) Meer informatie op www.mineco.fgov.be, onder de rubriek "bescherming consument" en de deelrubriek "timesharing";
- de meeste lidstaten van het zuiden (Griekenland, Portugal, Spanje en in mindere mate Frankrijk) hechten dan weer meer belang aan de marktordening en aan het juridisch statuut van timesharing, met bijzondere aandacht voor de fiscale aspecten.

Leemtes in de wetgeving
De Europese richtlijn heeft te weinig aandacht voor het juridisch statuut van een timeshare, voor de toegang tot het beroep, voor de financiële garanties die verkoper en promoter zouden moeten bieden en voor het beheer van de timeshare. Aangezien de richtlijn niet op uniforme wijze werd omgezet in de nationale wetgeving van de verschillende lidstaten, is er van harmonisatie nauwelijks sprake. Haast elke lidstaat heeft zijn eigen markt, zijn eigen visie op de wetgeving en de omzetting ervan in nationaal recht en vooral op het juridisch statuut van timesharing. De richtlijn heeft nauwelijks vat op nieuwe vormen van timesharing zoals de formule met punten, de vakantiekaarten, de vakantieclubs of de holidaypacks (bv. contracten van 35 maanden of minder).
In heel wat landen is het beroep van timeshareverkoper niet beschermd: er is geen sprake van vergunningsplicht of "toegang tot het beroep". Daarenboven zijn er weinig regels i.v.m. de controle op en de evolutie van kosten en lasten (bv betreffende grote herstellingen of renovatiewerken). Vervolgens worden de woningen niet gerangschikt in comfortklassen. Een systeem zoals met sterren voor hotels zou moeten worden ingevoerd. Tenslotte ontbreekt het bij grensoverschrijdende gevallen van bedrog met timeshares aan juridische en gerechtelijke instrumenten (bv collectieve procedure in het belang van een groep slachtoffers) en aan politieke wil om de bedriegers te vervolgen en te straffen.

 

Page précédente
Sommaire