Belgique: français
België: nederlands

De Europese richtlijn van 1994 en de omzetting ervan in de verschillende nationale wetgevingen hebben zeker positieve gevolgen gehad (betere informatie van de consument, weren van bepaalde consumentonvriendelijke clausules, en beperking van agressieve verkoopspraktijken). Jammer genoeg is dit onvoldoende gebleken om de markt te saneren en de klachten te voorkomen :
- nieuwe verkoopspraktijken zagen het licht (buy-sell, verkoop ter plaatse, fictieve herverkopen enz.);
- sommige verkopers proberen de richtlijn te omzeilen (verkoop voor een duur van 35 maanden, tweejaarlijkse contracten, geantidateerde contracten, verkoop buiten de EU zoals in Marokko en Tunesië); contracten van minder dan 36 maanden vallen sinds eind 2002 onder het toepassingsgebied van de Belgische wet
- de verkoop op afstand en via het internet deed zijn intrede;
- het beheer, het onderhoud, het instandhouden van een residentie (via een zgn. reservefonds inbegrepen in de jaarlijkse beheersvergoeding), het uitwisselen, de overdracht en vooral de doorverkoop blijven problemen opleveren.

De bestaande richtlijn is dus aan een grondige evaluatie en aanvulling toe. De meeste klachten hebben immers niet alleen een grensoverschrijdend karakter maar er zijn ook veel partijen bij betrokken (tussen 2 en 7) en er komen aspecten van het internationaal privaatrecht bij kijken. Gezien de complexiteit van de klassieke rechtsprocedures en de eraan verbonden kosten zijn veel consumenten geneigd om de armen te laten zakken in geval van conflict.
Om zijn rechten te verdedigen heeft de consument nood aan een snelle, doeltreffende, eenvoudige en goedkope procedure. Daarom is een systeem van alternatieve geschillenregeling aangewezen voor dergelijke gevallen. Het is in dit opzicht dat de consumentenvereniging Conseur, eerlijke verkopers, promotoren en andere professionals uit de sector (verenigd in OTE) de hoofden bij elkaar hebben gestoken om een oplossing te vinden. OCU, een consumentenvereniging die lid is van Conseur, diende een pilootproject in bij de Europese Commissie, en meer bepaald bij het Directoraat-Generaal van gezondheid en consumentenbescherming, ook DG Sanco genaamd (voordien DG XXIV). Het was de bedoeling een grensoverschrijdend systeem van geschillenregeling i.v.m. timesharing op de sporen te zetten. Bedoeling van het project was uiteraard in de eerste plaats de behandeling en de afhandeling van geschillen maar even grote aandacht gaat naar de voorkoming ervan, o.m. door een betere informatie van de consument. Binnen het kader van dit project werd, naast deze informatieve site, in 5 lidstaten een Geschillencommissie opgericht, ter behandeling van klachten in verband met timesharing en dit via tussenkomst, bemiddeling, verzoening en arbitrage.
Dit pilootproject liep ten einde in augustus 2002. Sinds september 2002 kunnen in principe enkel nog leden van één van de 5 vermelde verbruikersverenigingen een beroep doen op deze buitengerechtelijke klachten- en geschillenregeling. Belangrijk: deze regeling geldt in principe enkel voor zgn. “contractuele” betwistingen.

Page précédente
Sommaire